de properste kaart van België
Oud overdekt washuis of lavoir aan het water, met pannendak en stenen muren
Een lavoir: het overdekte washuis waar het dorp samen de was deed, lang voor de eerste wasserette. Foto: Marie-Lan Nguyen, CC BY 4.0, via Wikimedia Commons.

Van wasplank tot wasserette

Een wasserette is zo gewoon geworden dat je er nauwelijks bij stilstaat: je zet een mand in een trommel, betaalt een paar euro en komt een uur later terug. Dat gemak is jonger dan je grootouders. Twee uitvindingen gingen eraan vooraf, en geen van beide is zo oud als je zou denken.

Wassen was een dag werk, geen half uur

Voor de machine bestond, was de was een klus die een volledige dag opslokte. Vandaar de uitdrukking maandag wasdag: het begin van de week ging op aan koken van water, weken, boenen op een wasplank, spoelen, wringen en drogen. Zwaar werk, en bijna altijd vrouwenwerk.

Wie geen ruimte of water had, ging naar het gemeenschappelijke washuis. In Wallonië en Frankrijk heet zo’n plek een lavoir: een overdekt bassin met stromend water waar de vrouwen van het dorp naast elkaar stonden te boenen. Sommige van die lavoirs staan er nog, netjes gerestaureerd als dorpsmonument. Het idee erachter, samen wassen op een plek die niemand in huis heeft, is precies het idee waarop de wasserette later verder bouwde.

De machine: negentiende eeuw traag, twintigste eeuw snel

De eerste wasmachines waren houten tonnen met een slinger. Je draaide zelf, de trommel bewoog, en dat spaarde je knokkels maar niet je armen. Door de negentiende eeuw werden die trommels beter, maar het bleef handwerk.

Het echte kantelpunt was de elektromotor, begin twintigste eeuw. Vanaf dat moment draaide de trommel zonder dat er iemand aan hing. Toch bleef zo’n machine decennialang een luxeproduct: te duur voor een gewoon gezin, en veel woningen hadden er simpelweg geen aansluiting of plaats voor. Pas na de Tweede Wereldoorlog kwamen de automaten die wassen, spoelen en centrifugeren in één programma deden, en pas vanaf de jaren zestig werd zo’n toestel in onze contreien echt gemeengoed.

1934: iemand zet de machines gewoon in een winkel

Tussen “de machine bestaat” en “iedereen heeft er een” zat dus een gat van tientallen jaren. In dat gat is de wasserette geboren.

Het idee is even simpel als goed: als de machine te duur is om te bezitten, verhuur dan de beurt in plaats van het toestel. De eerste zelfbedieningswasserijen openden in 1934 in de Verenigde Staten. Je huurde er tijd op een machine, vaak per uur, en deed je was zelf.

In Europa kwam dat model pas na de oorlog goed op gang, en dan in de steden, waar de woningen klein waren en een eigen machine zeldzaam. In Nederland draaiden in de jaren vijftig zaken onder namen als Was-O-Matic en Launderette, al waren die nog niet volledig zelfbediening. Het woord wasserette zelf komt uit de jaren zestig, oorspronkelijk als merknaam van de N.V. Wasserette. De eerste wasserette in het noorden van Nederland opende in 1962, in de Groningse wijk De Wijert.

Wassalon of wasserette?

In Vlaanderen hoor je zelden “wasserette”. Hier heet het een wassalon, en dat verschil is puur taal: hetzelfde soort zaak, een andere gewoonte aan weerszijden van de grens. In Wallonië en Brussel is het een salon-lavoir of laverie automatique. Wie in de kaart van deze site bladert, ziet alle drie de woorden terug in de namen van de zaken zelf.

En dan het Belgische stukje: Wevelgem

Kijk eens naar het merk op de machine als je de volgende keer een programma kiest. De kans is groot dat er Primus, Speed Queen of IPSO op staat. Die namen horen bij elkaar, en er zit een Belgisch verhaal achter.

IPSO begon in 1973 in Wevelgem, in West-Vlaanderen, met het bouwen van professionele wasmachines en droogkasten voor wasserijen. Het bedrijf groeide uit tot een internationale speler en werd in 2006 overgenomen door Alliance Laundry Systems, vandaag de grootste fabrikant van professionele wasapparatuur ter wereld. Diezelfde groep heeft ook Primus, Speed Queen, UniMac en Huebsch in handen.

Anders gezegd: de zware trommels die in half België staan te draaien, komen uit een familie die in een West-Vlaamse gemeente van amper 31.000 inwoners is ontstaan. Er staan trouwens ook gewoon wasserettes in Wevelgem zelf.

Wat er overblijft van het oude idee

De techniek is onherkenbaar veranderd, het idee niet. Een wasserette bestaat nog altijd omdat niet iedereen een machine heeft of kan hebben: studenten op kot, mensen in een klein appartement, en iedereen met een donsdeken dat niet in een gezinsmachine past.

Wat wel veranderde, is de bediening. Muntjes maakten plaats voor betaalzuilen met bankkaart, personeel maakte plaats voor zelfbediening, en veel salons zijn tegenwoordig van ‘s ochtends vroeg tot laat open. Sommige zelfs dag en nacht: op de open-radar zie je meteen welke er nu draaien.

Benieuwd wat zo’n beurt vandaag kost? Dat staat in wat kost een wasbeurt. En wie voor het eerst gaat, leest beter eerst hoe een wasserette werkt.

Alle thema's · Register A–Z