Is een wasserette hygiënisch?
Het is de vraag die de meeste mensen niet hardop stellen maar wel denken als ze voor het eerst binnenstappen: hier heeft net iemand anders in gewassen. Wat weet ik daarvan?
Eerlijk antwoord: het valt reuze mee, en dat komt niet doordat wasserettes zo netjes zijn, maar doordat wassen zelf een grondig proces is.
Wat een wasbeurt doet
Een wasmachine is geen bad waarin vuil water blijft staan. Een programma spoelt meerdere keren volledig door met vers water, en al dat water gaat de afvoer in. Wat de vorige gebruiker in de trommel achterliet, is aan het einde van jouw wasbeurt vele malen verdund en weggespoeld.
Daar komt wasmiddel bij. De stoffen die vet en vuil van je kleren halen, breken ook de celwand van bacteriën af. Dat werkt bij elke temperatuur — ook op 30 graden, waar de warmte zelf weinig doodt.
De combinatie mechanische beweging, wasmiddel en veel schoon water haalt het overgrote deel van wat er leeft weg. Wil je zekerheid bij ondergoed, handdoeken, keukendoeken of kleding van iemand die ziek is: was op 60 graden. Dat is de temperatuur waarbij het niet meer om verdunnen gaat maar om doden. Zie op welke temperatuur wassen.
Wat pleit vóór een wasserette
Twee dingen die thuis juist minder goed zitten.
Die machines draaien de hele dag. Een trommel die tien keer per dag gebruikt wordt, staat nooit lang stil met vocht erin. Muffe aanslag ontstaat juist in machines die weinig draaien en waarvan de deur altijd dicht zit — een huishoudmachine dus.
Ze wassen vaker warm. Veel mensen thuis draaien bijna alles op 30 of 40 graden. In een wasserette wordt er ook echt op 60 en 90 gewassen, en dat houdt de machine zelf schoner.
Wat er wél kan misgaan
Geen paniekverhalen, maar deze dingen zijn reëel:
- Een vorige gebruiker die iets vergat. Een sok in de rubber rand, een verkleurende zakdoek. Vervelend, geen gezondheidsrisico. Zie kleur afgegeven in de was.
- Achtergebleven vocht in een trommel die net leeggehaald is. Onschuldig, maar als de machine ook nog muf ruikt, zegt dat iets over het onderhoud.
- De vouwtafel. Daar wordt van alles op gelegd, en die wordt minder vaak schoongemaakt dan de machines. Op een tafel die er vies uitziet, zou ik geen schone was neerleggen.
- Slecht onderhouden filters in de droogkasten. Meer een kwestie van droogtijd en brandveiligheid dan van hygiëne, maar het is een goede graadmeter voor hoe de zaak gerund wordt.
Wat je zelf kunt doen
- Kijk in de trommel voor je laadt. Vodden, haren, achtergebleven was? Neem een andere machine.
- Ruik even. Een trommel hoort naar niets te ruiken. Muf betekent aanslag.
- Draai eventueel een lege korte beurt op hoge temperatuur als je echt twijfelt en het je de euro waard is. Voor de meeste mensen is dat overdreven, maar het is een reële optie.
- Was op 60 wat op 60 mag. Handdoeken, beddengoed, ondergoed. Dat lost negen van de tien zorgen op.
- Haal je was er meteen uit als het programma klaar is — voor jezelf, want natte was die blijft staan gaat ruiken, en voor de volgende.
- Sorteer thuis al, dan hoef je in de zaak niet met je vuile was over de tafels te gaan. Zie was sorteren.
En het beddengoed van een hotel of B&B?
Dat wordt in professionele wasserijen op hogere temperaturen en met sterkere middelen gewassen dan wat jij thuis of in een zelfwasserette doet. Dat is een andere categorie machines, met een andere regelgeving.
Voor jouw eigen was in een gewone zelfwasserette geldt: het proces is degelijk, en het meeste van wat mensen zorgen baart, spoelt letterlijk weg. Waar je vooral op moet letten is niet de vorige klant, maar of de zaak er onderhouden uitziet. Hoe zo’n plek werkt en waar je op let bij het kiezen, staat in hoe werkt een wasserette.