Microplastics uit de was
Fleece, sportkleding, polyester blouses: elke wasbeurt maakt daar kleine vezeltjes van los. Ze spoelen weg met het waswater, en omdat ze fijner zijn dan wat een waterzuivering tegenhoudt, komt een deel in rivieren en in zee terecht. Was is daarmee een van de grootste bronnen van microplastics in het water.
Dat is de grote lijn. Wat er praktisch aan te doen is, ligt genuanceerder dan de meeste tips doen vermoeden.
Waarom het gebeurt
Een synthetische draad is opgebouwd uit vezels die aan het oppervlak uitsteken. Beweging, warmte en zeep maken de zwakste los. Dat is hetzelfde proces dat pluis in het filter van de droogkast achterlaat — alleen gaat het in de wasmachine met het water mee in plaats van in een filter.
Nieuwe kleding verliest het meest. De eerste paar wasbeurten van een fleecetrui zijn goed voor een veelvoud van wat diezelfde trui later loslaat. Dat is meteen de reden waarom “minder nieuwe synthetische kleding kopen” bovenaan elk lijstje staat: het is de enige maatregel die het probleem bij de bron aanpakt.
Wat echt scheelt
- Vol beladen wassen. In een halfvolle trommel wrijven kleren harder langs elkaar en het water. Meer was in dezelfde trommel betekent minder wrijving per stuk. Zie hoeveel kilo was in de trommel.
- Koud wassen. Warmte maakt vezels losser. Op 30 graden laat dezelfde trui merkbaar minder los dan op 60.
- Korter programma. Hoe langer de trommel draait, hoe meer wrijving. Een kort programma volstaat voor licht bevuilde was — zie hoelang duurt een wasbeurt.
- Lager centrifugeren. Hoge toeren persen vezels uit het textiel.
- Vloeibaar in plaats van poeder. Poederkorrels werken als schuurmiddel tussen de vezels. Zie waspoeder, vloeibaar of capsules.
- Minder vaak wassen. De simpelste van allemaal, en meteen goed voor je kleren: hoe vaak moet je kleding wassen.
Waszakken en ballen
Er bestaan filterzakken waar je synthetische kleding in wast, en ballen die losse vezels uit het water vissen. Ze werken, maar bescheidener dan de verpakking suggereert: een deel van de vezels wordt opgevangen, niet alles. Ze zijn ook alleen zinvol als je ze na elke beurt leegmaakt — het opgevangen pluis hoort bij het restafval, niet in de gootsteen.
Bij een zak is er nog een bijkomend voordeel: hij beschermt fijne stukken tegen ritsen en haken, wat sowieso verstandig is. Zie was sorteren.
Sommige nieuwere wasmachines hebben een ingebouwd vezelfilter. In Frankrijk is zo’n filter voor nieuwe machines wettelijk op komst; elders is het voorlopig een verkoopargument. In een wasserette heb je er geen invloed op.
Wat niet helpt
- Wasverzachter vermindert vezelverlies niet noemenswaardig, en heeft eigen nadelen.
- De droogkast overslaan verplaatst het probleem: het pluizenfilter van een droogkast vangt vezels juist wél op, en die belanden in het restafval in plaats van in het water.
- Alleen op het etiket kijken. Katoen laat ook vezels los; die zijn alleen afbreekbaar. Het gaat specifiek om polyester, nylon, acryl en elastaan.
In de wasserette
Je hebt er minder knoppen, maar wel de twee die het meest uitmaken: je kiest de temperatuur en je laadt de trommel. Een volle trommel op 30 graden in een salon doet het beter dan een halve op 60 thuis.
En de professionele droogkasten hebben stevige pluizenfilters die de uitbater regelmatig leegmaakt. Wat daar in blijft hangen, gaat niet het riool in — een van de weinige plekken waar de wasserette het per definitie beter doet dan een wasmachine thuis.