Dekens en plaids
Een deken is licht en groot tegelijk, en dat is precies wat het lastig maakt: hij past niet in een gewone trommel zonder samen te proppen, en samengepropt wordt hij niet schoon.
Het dekbed staat apart in een donsdeken wassen. Dit gaat over wat erbovenop ligt: de plaid op de zetel, de wollen deken uit de kast, het fleecedeken van de kinderkamer.
Eerst: welke soort
| Wassen | Let op | |
|---|---|---|
| Fleece (polyester) | 30 graden, fijn | pluist enorm, geen verzachter |
| Katoen of linnen | 40 graden, normaal | het makkelijkst van allemaal |
| Wol | wolprogramma of met de hand, koud | vervilt onherstelbaar bij warmte |
| Gebreid acryl | 30 graden, in een zak | rekt uit als je hem hangt |
| Elektrische deken | niet — snoer en draden eruit, alleen als de hoes afneembaar is |
Weet je het niet, kijk dan naar hoe hij aanvoelt en gedraagt: fleece is glad en veert terug, wol is warm en kreukt niet, katoen kreukt juist wel. De volledige aanpak staat in stof herkennen zonder etiket.
Fleece: de pluizenval
Een fleeceplaid laat bij elke wasbeurt enorm veel vezels los. Die belanden in het filter, op de rest van je was, en in het afvalwater — zie microplastics uit de was.
Daarom:
- Was hem apart, of hooguit met andere fleece. Eén plaid tussen je zwarte kleding en alles zit onder de pluis.
- Binnenstebuiten, koud, kort programma.
- Geen wasverzachter. Op fleece werkt die averechts: hij plakt de vezels plat en dan verliest de deken zijn zachtheid juist.
- Niet in de droogkast, of hooguit koud. Hitte laat fleece vervilten tot een harde, stugge lap — en dat komt niet meer goed.
Wol: koud en met rust
Een wollen deken is het tegenovergestelde: hij pluist niet, maar hij vervilt zodra warmte en beweging samenkomen. De regels uit wol wassen gelden onverkort, met één toevoeging: een natte wollen deken is loodzwaar. Til hem nooit aan één hoek op, want dan rekt hij uit. Ondersteun hem in zijn geheel en laat hem plat drogen.
Voor de meeste wollen dekens is luchten trouwens genoeg. Een dag buiten in de wind haalt geur eruit zonder dat de vezel eraan moet geloven — zie was buiten drogen.
De trommel is te klein
Dit is de praktische kern. Een deken heeft ruimte nodig om rond te bewegen; propt hij vast, dan wast hij niet, spoelt hij niet uit en komt hij eruit met zeepresten die hem stug maken.
Vuistregel: een deken vult in zijn eentje driekwart van de trommel. Voor een eenpersoonsplaid volstaat een machine van 7 kilo, voor een tweepersoonsdeken heb je 11 kilo of meer nodig — en die staan in een salon. Zie hoeveel kilo was in de trommel.
Vouw hem los in de trommel, niet als een compacte rol: dan verdeelt hij zich vanzelf.
Hoe vaak
- Plaid op de zetel: om de één à twee maanden, vaker als er een hond op ligt — zie dierenharen uit de was.
- Deken onder een dekbedovertrek: twee tot vier keer per jaar.
- Logeerdeken uit de kast: voor en na het logeerseizoen, en droog opbergen tegen motten.