Hoeveel kilo was past er in een trommel?
In een wasserette staan machines van verschillende grootte naast elkaar, met een prijs per beurt. Kies je te klein, dan wordt je was niet proper. Kies je te groot, dan betaal je voor lucht. Het cijfer op de machine helpt daarbij pas als je weet wat het betekent.
Die kilo’s zijn droog gewogen
Het getal op een machine is het gewicht van droge was, geen inhoudsmaat. Natte was weegt ruwweg het dubbele, dus 8 kg op de deur betekent niet dat er 8 kg uit de trommel komt.
Belangrijker nog: dat maximum geldt voor katoen. Voor andere stoffen ligt de grens lager, omdat die anders geen bewegingsruimte hebben en het water er slecht doorheen komt. Een vuistregel die op bijna elke machine klopt:
| Soort was | Deel van het maximum |
|---|---|
| Katoen en beddengoed | de volle lading |
| Synthetisch en gemengde vezels | ongeveer de helft |
| Fijne was en wol | ongeveer een derde |
Een machine van 12 kg neemt dus 12 kg lakens, maar zo’n 6 kg sportkleding en amper 4 kg wol.
Wat weegt jouw was?
Richtwaarden, droog gewogen. Handig om één keer door te nemen; daarna schat je het vanzelf.
| Stuk | Ongeveer |
|---|---|
| T-shirt | 150 g |
| Hemd of blouse | 200 g |
| Paar sokken | 50 g |
| Trui of sweater | 400 tot 500 g |
| Jeans | 700 g |
| Badhanddoek | 600 g |
| Handdoek, klein | 200 g |
| Badjas | 1,1 kg |
| Kussensloop | 150 g |
| Hoeslaken tweepersoons | 700 g |
| Dekbedovertrek tweepersoons | 1 kg |
| Donsdeken tweepersoons | 2 tot 3 kg |
Reken maar: een volle wasmand met dagelijkse was komt zelden boven de 5 of 6 kg. Een set beddengoed voor een tweepersoonsbed, sloop en hoeslaken erbij, zit rond de 2 kg. Vier badhandoeken plus vier kleine: 3,2 kg.
De handregel
Cijfers zijn leuk, maar de snelste controle staat aan de machine zelf: leg je hand plat bovenop de was in de trommel. Past je hand er nog tussen de was en de bovenkant van de trommel, dan is de vulling goed. Moet je duwen, dan zit er te veel in.
Bij fijne was en wol hoort daar ruimer plaats te blijven: een halfvolle trommel.
Te vol of te leeg: wat er misgaat
Te vol is de klassieke fout. De was kan niet vrij vallen en dus niet doorgeslagen worden, het wasmiddel spoelt niet uit en blijft in de vezel zitten, en je was komt er grauw en stug uit. Bij een propvolle trommel gaat de machine bovendien slecht centrifugeren, en dat kost je daarna extra geld bij de droogkast.
Te leeg kost geen kwaliteit, maar wel geld: je betaalt in een wasserette per beurt, niet per kilo. Een halfvolle grote trommel is de duurste was die je kan draaien. Voeg dan gewoon handdoeken toe, of neem de kleinere machine.
Welke machine kies je dan?
| Machine | Wat erin past | Typisch voor |
|---|---|---|
| 6 tot 8 kg | één volle wasmand | de weekwas van één of twee personen |
| 10 tot 13 kg | twee manden, of een set beddengoed met handdoeken | een gezin, of alles van de week in één keer |
| 16 tot 18 kg | een donsdeken, gordijnen, een dekbed en beddengoed samen | de grote stukken waarvoor je naar het salon komt |
Bij twijfel tussen twee maten: neem in een wasserette de grotere. Eén beurt van 9 euro is bijna altijd goedkoper dan twee van 5, en een stuk dat klem zit in een te kleine trommel wordt niet proper. Voor een donsdeken is het geen keuze maar een voorwaarde, zie een donsdeken wassen.
Eén uitzondering: je hoeft niet alles in één trommel te proppen. Wit en kleur, en jeans en fijne was, horen apart. Wie op dat punt moet kiezen tussen sorteren en de trommel vullen, sorteert. Meer over die keuze in op welke temperatuur wassen.
De prijs per maat vind je in wat kost een wasbeurt, en welke salons grote trommels hebben zie je op hun eigen pagina. Zoek een wasserette in jouw gemeente.