Hoeveel wasmiddel heb je nodig?
Bijna iedereen doet er te veel in. Dat is begrijpelijk, want meer zeep voelt als properder, maar het werkt averechts: overtollig wasmiddel spoelt niet volledig uit, blijft in de vezels zitten en maakt je was op den duur stug en grauw. In een wasserette komt daar nog iets bij: de trommels zijn groter dan thuis, en de dosering op de verpakking gaat uit van een gezinsmachine.
Drie dingen bepalen de dosis
- Hoeveel was er in de trommel zit. Niet de trommelgrootte, wel de vulling. Een halfvolle machine van 18 kg heeft niet de dosis van een volle nodig.
- Hoe vuil het is. Licht bevuild dagelijks goed heeft minder nodig dan werkkleding of sportkledij.
- Hoe hard het water is. Hard water vraagt meer wasmiddel, omdat kalk een deel ervan onwerkzaam maakt.
Dat derde punt telt in ons land zwaar mee. In grote delen van Vlaanderen is het leidingwater hard tot zeer hard, terwijl het in delen van Wallonië een stuk zachter is. Op de verpakking van elk wasmiddel staat een tabel met dosering per hardheidsklasse. Weet je jouw klasse niet, dan vind je die bij je drinkwatermaatschappij.
Praktische vuistregel voor een wasserette
| Vulling | Vuilgraad | Dosis, vertrekkend van de verpakking |
|---|---|---|
| Trommel halfvol | licht | ongeveer de helft van de aangegeven dosis |
| Trommel driekwart vol | normaal | de aangegeven dosis |
| Trommel driekwart vol | zwaar bevuild | de aangegeven dosis, plus een voorwasmiddel op de vlekken |
| Grote trommel, dekbed of gordijnen | licht | minder dan je denkt, en vloeibaar |
Dat laatste is belangrijk voor grote stukken: poeder spoelt slecht uit een dik dekbed. Gebruik daar vloeibaar wasmiddel, en weinig. Meer daarover in een donsdeken wassen.
Zelf meebrengen of ter plaatse kopen?
De meeste salons hebben een automaat met dosissen aan 0,50 tot 1 euro. Handig als je het vergeten bent, maar over een jaar gerekend is je eigen fles goedkoper. Sommige moderne machines doseren automatisch; dan staat dat op de machine en hoef je zelf niets toe te voegen. Kijk dus even voor je een dosis koopt die de machine al levert.
Wasverzachter: soms beter niet
- Handdoeken: verzachter maakt ze zachter maar minder absorberend. Om en om gebruiken is een goed compromis.
- Sportkledij met technische vezels: niet doen, het sluit de vezels af waardoor het vocht slechter afvoert.
- Dons: nooit, het plakt de veertjes aan elkaar.
- Microvezeldoeken: niet doen, dat vernielt hun werking.
Het vakje
Op de meeste machines zijn er drie: I of 1 voor de voorwas, II of 2 voor de hoofdwas, en het bloemetje voor de verzachter. Draai je zonder voorwas, dan hoort al je wasmiddel in het tweede vakje. Wasmiddel in het eerste vakje spoelt bij een programma zonder voorwas gewoon weg voor het iets gedaan heeft.
Werk je met een wasbal, dan gaat die rechtstreeks in de trommel, tussen de was, en niet in het laatje.
Twijfel je over de temperatuur? Die staat op het wasetiket. En de prijzen per machine vind je in wat kost een wasbeurt.