Werkkleding en zwaar vuile was
Een overall van een garagist, een schilderbroek, een tuinbroek na een dag in de klei: dat is een ander soort was dan een mand T-shirts. Niet alleen omdat er meer vuil in zit, maar omdat het vuil van een andere soort is, en omdat het de rest van je was — en de machine — kan meenemen in zijn val.
Eerst: het droge vuil eruit
Zand, cement, gruis en gedroogde modder horen niet in een trommel. Ze slijpen de stof van binnenuit, ze zetten zich vast in de pomp, en ze komen er bij het wassen toch niet allemaal uit.
Klop en borstel dus buiten wat je eruit krijgt, en laat modder eerst volledig drogen: droge modder borstel je weg, natte modder wrijf je erin. Schud broekzakken en omslagen leeg.
De vlekken, per soort
- Olie, vet en smeer. Vet lost niet op in water. Wat werkt is voorbehandelen met afwasmiddel of een ontvetter, tien minuten laten intrekken, en dan zo warm wassen als de stof toelaat — 60 graden voor katoenen werkkledij. Koud wassen haalt vet er niet uit.
- Verf. Watergedragen (latex, muurverf) spoel je meteen uit met veel koud water, zolang ze nat is. Eenmaal droog zit ze in de vezel en is de kans klein. Verf op oliebasis vraagt een oplosmiddel, en dat hoort niet in een wasmachine: behandel de plek los, spoel grondig, en was pas daarna.
- Gras en groen. Een enzymhoudend wasmiddel of gal, laten inwerken, dan gewoon wassen. Niet warm beginnen: hitte fixeert de kleurstof.
- Bloed. Altijd koud beginnen. Warm water stolt de eiwitten en zet de vlek vast.
- Mazout en diesel. Dit is er een om ter plekke te laten. De geur trekt in de trommel en in de was die erna volgt, en het spul is brandbaar.
Meer over de aanpak per vlek staat in vlekken verwijderen; wat het etiket over temperatuur zegt, in wassymbolen op het wasetiket.
Oliedoeken en de droogkast: het echte gevaar
Dit is de enige regel in deze hele gids die over brandveiligheid gaat, en hij is niet overdreven.
Textiel dat doordrenkt is met olie — poetsdoeken, lijnolie, spijsolie, machineolie — kan vanzelf beginnen branden na een droogkastbeurt. De olie oxideert, dat geeft warmte, en in een opgevouwen stapel warme was kan die warmte niet weg. In een gesloten wasmand of in de trommel na afloop loopt dat op tot ontbranding, soms uren later.
Krijg je zulke doeken niet echt schoon in de was, dan horen ze niet in een droogkast. Hang ze uitgespreid buiten te drogen, of gooi ze weg. Dit is ook de reden dat het huisreglement van zowat elke wasserette olie- en oplosmiddeldoeken uitsluit.
Waarom apart wassen
Werkkleding hoort in een eigen beurt, niet tussen de rest:
- vet en pigment verspreiden zich over de hele lading en maken alles dof;
- de kleurstof van een nieuwe jeansoverall geeft af, zeker de eerste keren. Zie kleur afgegeven in de was;
- zwaar vuile was heeft een langer programma en een volle dosis wasmiddel nodig — meer dan de rest van je kleding verdraagt zonder stug te worden. Zie wasmiddel doseren.
Laad ook minder vol dan gewoonlijk. Zwaar vervuilde stof heeft water en beweging nodig om het vuil kwijt te raken, en dat lukt alleen met ruimte in de trommel.
Beschermende kleding: lees eerst het etiket
Vlamvertragende kleding, hoge-zichtbaarheidsvesten en regenkledij met een coating verliezen hun beschermende eigenschappen door verkeerd wassen. Geen wasverzachter (die dicht de poriën), geen bleekmiddel, geen hoge droogtemperatuur, en bij vlamvertragende kledij geen zeep die een laagje achterlaat. Wat de fabrikant voorschrijft, is hier geen advies maar de voorwaarde waaronder het kledingstuk nog werkt.
In de wasserette
De grote trommels en de hete programma’s van een salon zijn geknipt voor werkkleding, en het is precies daarvoor dat veel mensen erheen gaan: je eigen machine hoeft het vet dan niet te slikken.
Maar kijk naar het huisreglement dat er hangt. De meeste salons sluiten uitdrukkelijk uit: olie- en mazoutdoeken, verf, oplosmiddelen, dierenharen in het groot, en kledij van bouwwerven met cement of gips erin. Dat is geen pesterij — cement zet zich af in de pomp en olie is een brandrisico voor het hele pand.
Twijfel je, vraag het aan de uitbater. Staat er niemand, dan is een korte voorwas thuis en één beurt op 60 graden in het salon meestal de veilige weg. Wat je verder meebrengt, staat in wat neem je mee naar de wasserette.