de properste kaart van België
Handgebreide paarse wollen trui aan een kapstok tegen een muur
Een handgebreide trui. Droog aan een kapstok mag; nat hoort hij plat op een handdoek, anders trekt het water hem een maat langer. Foto: Christmas videos, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.

Wol wassen zonder dat het krimpt

Een wollen trui die uit de machine komt als kindermaat is niet gekrompen zoals katoen krimpt. Hij is vervilt, en dat is iets anders: onomkeerbaar.

Een wolvezel heeft microscopische schubjes, als de dakpannen op een dak. Warmte opent die schubjes, beweging duwt ze in elkaar, en dan haken ze vast. Wat ineen zit, komt er niet meer uit. De vezel is niet kleiner geworden, hij zit vast aan zijn buren.

Daaruit volgt alles wat je moet doen: weinig warmte, weinig beweging, geen temperatuurschok.

In de machine

Op het wolprogramma, en op niets anders. Een fijnwasprogramma is niet hetzelfde: dat draait trager dan een katoenprogramma, maar het draait wél. Het wolprogramma laat de trommel voornamelijk stilstaan en beweegt af en toe zachtjes heen en weer. Precies dat scheelt tussen een trui en een viltje.

Niet elke machine in een wasserette heeft een wolprogramma, en op de betaalzuil staat niet altijd wat een programma precies doet. Twijfel je, dan is met de hand thuis sneller dan een verkeerde gok van vier euro.

Met de hand

  1. Vul een gootsteen of teil met lauw water, hoogstens 30 graden. Los het wolwasmiddel op in het water vóór de trui erin gaat.
  2. Leg de trui erin en duw hem een paar keer onder. Niet wrijven, niet wringen, niet heen en weer bewegen.
  3. Tien minuten laten liggen, meer niet.
  4. Spoel in water van dezelfde temperatuur. Een koude spoeling na een lauwe wasbeurt is een schok, en een schok doet vervilten.
  5. Til de trui eruit met twee handen, ondersteund. Nat wol trekt zichzelf uit vorm als je het aan één mouw ophangt.
  6. Duw het water eruit tussen twee handdoeken. Rol de trui op in een droge handdoek en druk aan.

Drogen

Plat, op een handdoek, uit de zon en weg van de radiator. Nooit aan een kapstok of aan een draad: het gewicht van het water trekt de trui een maat langer.

Niet in de droogkast. Warmte en tuimelen samen is precies het recept voor vilt, en dat geldt voor elke wollen stof. Wat er nog meer beter niet in gaat, staat in in de droogkast.

Duurt makkelijk een dag of anderhalve dag. Draai de trui halverwege om en leg hem daarbij meteen in de juiste vorm.

Hoe vaak?

Minder vaak dan je denkt. Wol neemt weinig geur op en reinigt zichzelf grotendeels als het luchtdroogt. Een trui die je twee dagen over een stoel legt in een geluchte kamer, ruikt weer fris. Twee tot vier wasbeurten per seizoen volstaat voor de meeste truien; een vlek behandel je apart in plaats van er de hele trui voor te wassen.

De trui is al gekrompen. En nu?

Eerlijk: meestal is het gedaan. Wat je nog kunt proberen, en wat soms een halve maat teruggeeft:

Week de trui een half uur in lauw water met een flinke scheut haarconditioner of babyshampoo. Die maakt de vezels glad. Rol hem daarna in een handdoek, leg hem plat en trek hem voorzichtig in vorm terwijl hij nat is: eerst de breedte, dan de lengte, telkens een beetje. Speld hem eventueel vast en laat zo drogen.

Werkt dit bij een echt vervilte trui? Zelden. Bij een trui die alleen wat is ingelopen, vaak wel.

Zijde, kasjmier en de rest van de fijne was

Kasjmier is wol en volgt exact dezelfde regels, alleen nog voorzichtiger. Zijde is geen wol maar ook eiwit: koud, wolwasmiddel of zijdewasmiddel, geen bleekmiddel, niet in de droogkast. Viscose en linnen kreuken vooral, maar overleven een fijnwasprogramma prima.

De symbolen die dit alles op het etiket zeggen — de tobbe met een hand, het kruis door het strijkijzer — staan uitgelegd in de wassymbolen op het wasetiket. Waar wol in je hoopjes past, staat in was sorteren.

Alle thema's · Register A–Z