Minder strijken: kreuk voorkomen in plaats van wegstrijken
Strijken is het rechtzetten van schade die een halfuur eerder is aangericht. Bijna alle kreuk in je was ontstaat op drie momenten: tijdens het centrifugeren, tijdens het drogen, en in de mand waar je het spul een nacht laat liggen.
Wie op die drie let, strijkt de helft minder. De rest is techniek.
Wat kreuk maakt
Vezels kreuken als ze in een gevouwen stand blijven zitten terwijl ze drogen. Nat textiel is soepel, en droog textiel houdt vast wat er op dat moment gebeurde. Vandaar:
- Hoge centrifugetoeren. Op 1400 toeren wordt je was met kracht tegen de trommelwand geplet en komt hij eruit als een gevouwen koek. Op 800 toeren is hij natter, maar veel gladder. Het scheelt wat langer drogen.
- Een te volle trommel. Was die niet kan bewegen, ligt de hele beurt in dezelfde plooi. Zie hoeveel kilo was in de trommel.
- Te warm wassen voor wat er in zit. Katoen kreukt harder naarmate het warmer wordt. Zie op welke temperatuur wassen.
- Laten liggen. Een uur in de mand na afloop kost je meer strijkwerk dan de hele wasbeurt. Dit is de goedkoopste winst van allemaal, en de makkelijkste om te vergeten.
De vijf minuten die het verschil maken
- Haal de was er meteen uit en schud elk stuk één keer stevig open. Dat alleen al strekt de meeste vezels.
- Hang op een hanger wat op een hanger kan: hemden, blouses, jurken. Terwijl ze drogen trekt hun eigen gewicht ze glad.
- Trek naden en boorden recht met je vingers, zolang de stof nog vochtig is. Kragen, manchetten, zakken.
- Vouw pas als het echt droog is. Vochtig opvouwen zet nieuwe vouwen vast, en die krijg je er alleen met een strijkijzer weer uit.
De droogkast als strijkijzer
Tuimelen maakt vezels soepel, dus een droogkast levert gladdere was dan een waslijn — op één voorwaarde: je haalt hem er licht vochtig uit en laat hem verder aan de lucht drogen. Kurkdroog getuimelde was zit vol scherpe kreuken die op de bodem van de trommel zijn ingebakken.
Laad ook de droogkast niet vol. De was moet ruimte hebben om te vallen. Wat een droogblok kost en hoe je er niet één te veel betaalt, staat in in de droogkast.
Let op met kunststof: te warm drogen zet kreuk in polyester permanent vast, en die krijg je er met geen enkel strijkijzer meer uit. Zie ook krimpen voorkomen.
Wat je toch nog strijkt
- Vochtig strijken werkt. Katoen en linnen gaan veel makkelijker als ze nog wat vocht bevatten, of met de stoomknop. Kurkdroog linnen strijken is vechten.
- Volg de puntjes op het etiket: één punt is ongeveer 110 graden (kunststof, zijde), twee punten 150 (wol, polyester-mengsels), drie punten 200 (katoen, linnen). Zie wassymbolen op het wasetiket.
- Begin bij het koelste en werk omhoog. Een strijkijzer warmt sneller op dan het afkoelt, dus je bespaart wachttijd én een verbrande bloes.
- Strijk donker en glanzend aan de binnenkant, of leg er een doek tussen. Anders krijg je glimplekken die er niet meer uitgaan.
- Zijde en wol: laag, zonder stoom, en aan de binnenkant. Zie wol wassen.
In de wasserette
Twee dingen in je voordeel. De trommels zijn groot, dus je was heeft ruimte — precies wat kreuk tegengaat. En het programma kiest de centrifugesnelheid voor je, meestal iets bescheidener dan de 1400 toeren van een huishoudmachine.
Eén ding in je nadeel: je haalt de was er zelden meteen uit, want ondertussen loopt de droogkast of sta je aan de betaalzuil. Neem daarom een paar kleerhangers mee en hang hemden op zodra de droger stopt. Dat staat niet voor niets in wat neem je mee naar de wasserette.
Grote lappen — lakens, dekbedovertrekken, gordijnen — komen uit een grote trommel sowieso gladder dan uit een huishoudmachine, gewoon omdat ze konden bewegen. Zie beddengoed wassen en gordijnen wassen.