de properste kaart van België
Close-up van vervilte wol, waarbij de vezels tot een dichte laag zijn samengeklit
Vervilting van dichtbij: de schubjes van de wolvezel haken in elkaar. Dit is het soort krimp dat niet meer terugkomt. Foto: Angela Montillon, CC BY 2.0, via Wikimedia Commons.

Krimpen voorkomen (en wat je nog kan redden)

Een trui die twee maten kleiner uit de trommel komt, is bijna altijd één van twee dingen. Het verschil bepaalt of je hem nog kan redden.

Ontspanningskrimp is het loslaten van de spanning die bij het weven of breien in de draad is gezet. Warmte en beweging laten de vezels terugveren naar hun natuurlijke lengte. Dat gebeurt vooral bij katoen, linnen en viscose, meestal de eerste paar wasbeurten, en het is deels omkeerbaar.

Vervilting is iets anders. Wolvezels hebben microscopisch kleine schubben; door warmte, water en wrijving haken die in elkaar en klitten ze samen. Dat is geen krimp maar een nieuwe stof, en die krijg je nooit meer los. Zie wol wassen.

Welke stof krimpt hoeveel

De droogkast is de boosdoener, niet de was

Het meeste krimpen gebeurt niet in de wasmachine maar in de droogkast. Daar komen de twee factoren samen die de vezel doen terugveren: hitte en constant tuimelen.

Wie krimp wil vermijden, wint dus het meest door daar in te grijpen:

Hoe je in de wasserette een droogblok niet te veel betaalt, staat in in de droogkast.

De regels voor de wasbeurt

Een gekrompen stuk nog redden

Bij ontspanningskrimp — dus katoen, viscose, en een breisel dat kleiner maar niet vilterig aanvoelt — is er een redelijke kans:

  1. Week het stuk een half uur in lauw water met een scheut babyshampoo of haarconditioner. Die maakt de vezels tijdelijk soepel.
  2. Niet uitwringen. Rol het in een handdoek en druk het water eruit.
  3. Leg het plat en trek het voorzichtig in vorm, in kleine stappen, van het midden naar de randen. Meet tegen een stuk dat wel nog past.
  4. Laat het plat drogen, zonder warmte, en herhaal het uitrekken één keer terwijl het nog vochtig is.

Je haalt zelden alles terug, maar een halve maat is realistisch. Bij een vervilte wollen trui heeft het geen zin: die vezels zitten mechanisch in elkaar gehaakt en laten niet meer los.

In de wasserette

Grote trommels zijn hier een voordeel: er is meer ruimte, dus minder wrijving tussen de stukken. De valkuil zit in het programma, want de knoppen zijn vaak beperkt tot een handvol keuzes, en het warmste programma is meestal ook het langste.

Twijfel je over een stuk, was het dan mee op 30 graden en laat het aan de lucht drogen in plaats van het door een droogblok te halen. Wat je verder best meebrengt, staat in wat neem je mee naar de wasserette.

Alle thema's · Register A–Z