Kleine herstellingen
De meeste kleding wordt niet weggegooid omdat ze versleten is, maar omdat er Ãéts aan mankeert: een knoop eraf, een zoom los, een gaatje bij de naad. Stuk voor stuk tien minuten werk, en stuk voor stuk het verschil tussen nog een jaar dragen en de textielcontainer.
Je hebt weinig nodig: naald, draad in de juiste kleur, een schaar, spelden. Een naaimachine is handig maar voor dit werk niet nodig.
Een knoop aanzetten
De klassieker, en makkelijker dan hij lijkt.
- Zoek eerst een reserveknoop — vaak zit er een aan een binnennaad of in een zakje bij aankoop.
- Dubbele draad, geknoopt aan het eind. Zo ben je twee keer sneller klaar en zit het steviger.
- Steek van de achterkant naar voren door het stofje, door het gaatje van de knoop, en terug. Vier tot zes keer per gatenpaar.
- Leg een speld of luciferhoutje onder de knoop terwijl je naait. Dat houdt hem los genoeg van de stof, zodat er ruimte is voor de stoflaag van het knoopsgat.
- Haal de speld eruit, wikkel de draad drie keer om de losse steel onder de knoop, en zet vast met twee knoopjes.
Die vierde stap is wat het verschil maakt tussen een knoop die blijft zitten en eentje die er over twee weken weer af trekt.
Een losse zoom
Bij een zoom die over een paar centimeter is losgekomen, hoef je meestal niet de hele zoom over te doen.
- Blindzoomsteek: pak telkens één of twee draadjes van de buitenstof, dan een stukje van de omslag. Aan de goede kant zie je er vrijwel niets van.
- Zoomband of textiellijm bestaat en werkt, met een strijkijzer. Handig als noodoplossing, maar hij houdt geen jaren en het strijkijzer moet op de juiste stand — zie strijken stap voor stap.
- Speld eerst de hele zoom vast en pas hem aan voor je naait, anders trek je hem scheef.
Gaatjes
Wat je doet, hangt af van waar het gat zit en hoe groot het is.
| Aanpak | |
|---|---|
| Klein gaatje in een naad | naad opnieuw dichtnaaien, van binnenuit |
| Mottengaatje in wol | mazen met dezelfde kleur wol, of onzichtbaar stoppen |
| Gat in een knie of elleboog | opstrijkbare of ingenaaide versteviging aan de binnenkant |
| Scheur in geweven stof | eerst een stukje stof erachter, dan overnaaien |
| Gat in tricot (T-shirt) | lastig, want het rekt; kleine steekjes, niet strak trekken |
Bij wol: pak het snel aan. Eén mottengaatje betekent meestal dat er meer in de kast zit — zie motten in de kast.
Ritsen
Een rits die openspringt is meestal niet kapot maar versleten aan de slider: de schuif sluit niet strak genoeg meer. Knijp hem met een tang voorzichtig een fractie samen, aan beide zijkanten, en test. In veel gevallen is dat de hele reparatie.
Is een tandje weg of de rits gebroken, dan is vervangen werk voor een atelier — bij een jas kost dat een fractie van een nieuwe jas.
Wanneer je naar een atelier gaat
- Ritsen vervangen, zeker in jassen en broeken.
- Voering herstellen in een colbert of mantel.
- Innemen of uitleggen, want dat vraagt patroonkennis.
- Alles waar je aan hecht en waar je zelf geen risico op wil nemen.
Herstelateliers en repair cafés doen dit voor een fractie van de vervangwaarde. Dat is meteen het argument uit versleten kleding weggooien: een stuk dat je twee keer zo lang draagt, weegt zwaarder dan welke recyclagestap ook.
Voor je herstelt: eerst wassen
Naai niet in vuile kleding — vet en zweet in de vezel maken de draad zwak, en een hersteld stuk dat daarna pas gewassen wordt, kan alsnog krimpen rond de nieuwe naad. Was het eerst, laat het drogen, en herstel dan. Zie krimpen voorkomen.