Motten in de kast
Je haalt in oktober je wollen trui uit de kast en er zitten gaatjes in die er in maart niet waren. Dat is de textielmot, en het vervelende is: tegen de tijd dat je haar ziet vliegen, is de schade al aangericht.
Wat er eigenlijk eet
De vlinder die je door de kamer ziet fladderen, eet niets. Ze heeft niet eens een functionerende mond. Het is haar larve die de gaatjes maakt, en die leeft van keratine — de eiwitvezel in wol, kasjmier, zijde, vilt, bont en veren.
Daar volgt bijna alles uit:
- Katoen, linnen en polyester zijn veilig, behalve als er vlekken op zitten. Zweet, huidschilfers en etensresten maken katoen wél aantrekkelijk.
- Een larve zoekt donker en rust. Vandaar de achterkant van de kast, de vouw van een opgeborgen trui, de onderkant van een tapijt.
- De schade zit vaak op de vuilste plek: onder de armen, in de kraag, waar het meeste lichaamsvet zit.
Dat laatste is meteen de belangrijkste maatregel.
Wassen voor je opbergt
Berg nooit ongewassen wol op. Een trui die je één keer gedragen hebt, ruikt schoon maar draagt zweet en huidvet — precies het spoor waar een mot op afkomt. Een schoon stuk wol is voor haar veel minder interessant.
Dus voor de seizoenswissel: alles wat de kast in gaat eerst wassen of laten reinigen. Hoe, staat in wol wassen en zijde wassen; voor wat naar de droogkuis moet, zie droogkuis of wasserette.
Wat je doet als ze er al zitten
- Alles eruit. Niet alleen het aangetaste stuk: eitjes zitten ook in de buurstukken en in de naden van de kast.
- Wassen op 60 graden als de stof het toelaat. Dat doodt larven en eitjes.
- Kan het niet warm — en bij wol kan dat meestal niet — dan de diepvries. In een gesloten zak, minstens 72 uur. Kou werkt trager dan hitte maar even grondig. Laat het daarna op kamertemperatuur komen voor je de zak opent.
- De droogkast, bij stukken die dat verdragen: twintig minuten warme lucht doet hetzelfde. Zie in de droogkast.
- De kast zelf uitzuigen, hoeken en naden, en de stofzuigerzak daarna buiten weggooien. Daarna uitnemen met een vochtige doek.
Doe stap 1 tot 5 in één keer. Eén overgeslagen trui start het opnieuw.
Voorkomen
- Luchtdicht opbergen. Een dichte doos of een vacuümzak is effectiever dan welk geurmiddel ook: wat er niet bij kan, eet niet. Zorg dat het stuk kurkdroog is voor het erin gaat, anders krijg je schimmel in plaats van motten.
- Regelmatig verplaatsen. Larven houden van rust. Kleding die je om de paar weken aanraakt, wordt zelden aangetast.
- Licht en lucht. Een kast die af en toe openstaat, is minder aantrekkelijk.
- Lavendel en cederhout werken beperkt: ze houden een volwassen mot mogelijk op afstand, maar ze doden geen larve die er al zit. Zie het als een extraatje bovenop een schone, gesloten kast, niet als de oplossing. Bovendien vervliegt de geur — cederhout moet je opschuren om het weer te laten werken.
- Feromoonvallen vangen de mannetjes en vertellen je vooral óf je een probleem hebt. Ze lossen het niet op.
Tweedehands en erfstukken
Elk wollen of zijden stuk dat van buiten komt, is een mogelijke bron: een kringloopwinkel, een zolder, een doos van familie. Behandel het voor het bij je eigen kleding gaat — wassen als het kan, anders 72 uur in de diepvries. Zie tweedehandskleding wassen.
Datzelfde geldt voor een tapijt of een wollen deken die je ergens oppikt. Die zijn moeilijker te wassen en makkelijker aangetast, precies omdat ze lang stilliggen.