Kleding verven
Een zwarte broek die grijs geworden is, een gordijn dat verschoten is aan de raamkant: verven lijkt dan een goedkope oplossing, en soms is het dat ook. Maar het lukt alleen als de stof meewerkt, en dat weet je vooraf.
Eerst: welke vezel
Dit bepaalt alles. Gewone textielverf is gemaakt voor natuurlijke vezels, en hecht zich niet aan plastic.
| Resultaat | |
|---|---|
| Katoen, linnen, viscose | uitstekend, diepe kleur |
| Wol en zijde | kan, maar met verf voor eiwitvezels en lauw water |
| Polyester, nylon, acryl | neemt geen kleur aan — blijft zoals het was |
| Mengsels (katoen/polyester) | de katoenvezel kleurt, de polyester niet: je krijgt een lichtere, doffere versie |
Dat laatste is de meest voorkomende teleurstelling. Een T-shirt van 60% katoen en 40% polyester wordt na het verven niet zwart maar donkergrijs. Weet je de samenstelling niet, kijk dan in stof herkennen zonder etiket — de brandtest geeft uitsluitsel.
En let op de naden: die zijn vrijwel altijd van polyester garen, en die blijven dus in de oude kleur. Bij een zwarte broek valt dat niet op, bij een felle kleur wel.
Wat verven wel en niet doet
- Wel: een verschoten kleur opfrissen, of een lichte stof donkerder maken.
- Niet: iets lichter maken. Verf gaat er alleen bij.
- Niet: vlekken wegwerken. Een vetvlek neemt geen verf aan en wordt daarna een lichte plek in een donkere stof — dus eerst vlekken behandelen, zie vlekken verwijderen.
- Niet: gelijkmatig kleuren wat ongelijk versleten is. Een dunne knie kleurt anders dan de rest.
Voorbereiden
- Was het stuk eerst, zonder verzachter. Vet, zeepresten en waterafstotende afwerkingen houden verf tegen — daarom lukt het bij een geïmpregneerde jas niet.
- Weeg het droog. De dosering verf gaat per kilo textiel, en te weinig verf geeft een vlekkerig resultaat.
- Kies verf voor de juiste vezel, en lees of het een verf voor de machine of voor een emmer is.
In de wasmachine of in een emmer?
Machineverf gaat met het stuk mee in de trommel en geeft het gelijkmatigste resultaat, omdat het textiel constant beweegt. Wat je moet weten:
- Er hoort zout bij (vaak veel), dat de verf laat hechten.
- Draai daarna een lege beurt op 60 graden met wasmiddel, anders kleurt je volgende witte was mee.
- Doe dit niet in een wasserette. Verfresten in een gedeelde trommel zijn het probleem van de volgende klant, en veel salons verbieden het uitdrukkelijk in hun huisreglement — terecht, zie wat mag niet in de wasmachine. Dit is een klus voor thuis.
Verven in een emmer of gootsteen kan altijd, kost meer werk en geeft eerder strepen als je niet blijft roeren. Voor wol en zijde is het wel de enige veilige weg, want die hebben lauw water en rust nodig — zie wol wassen.
Na het verven
- Spoelen tot het water helder is. Dat duurt lang. Hou vol, want wat je nu niet uitspoelt, geeft later af op alles wat ertegenaan ligt.
- Eerste paar wasbeurten apart, of met gelijke kleuren. Zie kleur afgegeven in de was.
- Een kleurvanger meewassen de eerste keren.
- Koud wassen vanaf nu, want warm water haalt de kleur er weer uit.
Het eerlijke antwoord
Verven geeft zelden een resultaat dat er nieuw uitziet. Het geeft een draagbaar stuk dat er beter uitziet dan een verschoten exemplaar, tegen een paar euro en een avond werk. Voor een dierbare jeans of een goed jasje is dat de moeite waard; voor een T-shirt van tien euro meestal niet.
Is de stof zelf op — dun, pluizig, uitgerekt — dan verandert kleur daar niets aan. Zie versleten kleding weggooien.