Wat mag niet in de wasmachine?
De meeste schade in een wasserette komt niet van versleten machines, maar van iets wat er niet in hoorde. In een gedeeld salon telt dat dubbel: wat jij in de trommel stopt, draait de volgende klant in zijn was mee.
Drie categorieën, van gevaarlijk naar gewoon zonde.
Gevaarlijk
- Aanstekers. De klassieker in een broekzak. Een aansteker die openbarst laat butaan vrij in een gesloten, warme trommel. In de droogkast erna is dat een reëel brandrisico.
- Powerbanks, oordopjes en losse batterijen. Een lithiumcel die beschadigd raakt, kan in brand vliegen — en dat gebeurt vaak pas uren later. Vind je er een terug in je was, laat hem dan buiten liggen op iets onbrandbaars in plaats van hem meteen weer op te laden.
- Alles met benzine, terpentijn, verfverdunner of white spirit erop. Werkkleding met een gemorste oplosmiddel hoort niet in een machine: de damp blijft in de trommel hangen en de droogkast erna maakt er een oven van. Was dat apart en laat het eerst buiten uitwasemen — zie werkkleding wassen.
- Munten en sleutels zijn niet gevaarlijk voor jou, maar wel voor de pomp. Ze slaan tegen de trommelwand en beschadigen het lager.
Sloopt de machine
- Badmatten en tapijtjes met een rubberen of latexrug. Het rubber laat los in vlokken die de pomp verstoppen, en in de droogkast smelt het. Veel salons verbieden ze in hun huisreglement, en dat is geen pesterij.
- Dekens vol dierenhaar. Haar vilt samen tot een laag die filters dichtzet. Doe het grove er thuis af: dierenharen uit de was.
- Zand. Strandhanddoeken en werkbroeken van een bouwwerf eerst buiten uitkloppen. Zand komt onderin terecht waar het schuurt.
- Losse veters, ceintuurs en beha-beugels. Een beugel die door de stof breekt, komt tussen trommel en kuip terecht. Dat is een demontage, geen reparatie. Beha’s in een waszakje.
- Eén zwaar stuk alleen — een badmat, een tapijt. Dat brengt de trommel uit balans en de machine breekt het programma af. Zie de machine valt stil.
Gaat zelf kapot
- Traagschuim en latex: schuim scheurt onder water. Alleen de hoes. Zie kussens wassen.
- Kleding met echt leer of suède, ook als het maar een kraagje of een bandje is: dat wordt hard en scheurt.
- Alles wat “alleen stomen” op het etiket heeft — de cirkel met een P. Dat hoort bij de droogkuis, niet in water.
- Gestructureerde stukken: een colbert, een blazer, een gevormde beha. De tussenvoering vervormt en komt nooit meer goed.
- Sierraden, pailletten en applicaties, tenzij binnenstebuiten in een netje.
- Regenjassen met wasverzachter — die verstopt het membraan. Zie regenjas wassen.
Twijfelgevallen
Sneakers mogen wel, met voorbehoud en in een netje: sneakers in de wasmachine.
Een slaapzak of donsdeken mag, maar heeft een grote trommel nodig — precies waarvoor de machines in een salon bestaan. Zie een donsdeken wassen.
Gordijnen mogen, mits de haakjes eruit zijn: gordijnen wassen.
De routine die het meeste voorkomt
Eén handeling lost negen van de tien problemen op: doorzoek elke zak voor je laadt. Broeken, jassen, schorten. Draai zakken binnenstebuiten als je twijfelt.
Daarna:
- Ritsen dicht, haakjes vast, veters los of geknoopt.
- Kijk in de trommel voor je begint — wat de vorige klant achterliet, wordt anders jouw probleem.
- Voel aan de deurrand. Een vergeten sok of een tissue zit daar vaker dan in de trommel.
Een tissue die toch is meegedraaid, ruim je op door alles tien minuten koud te laten tuimelen in de droogkast: het pluizenfilter vangt de snippers. Zie in de droogkast.
En als er toch iets misgaat
Hoor je gerinkel of geklop tijdens het draaien, stop het programma en haal het eruit voor het centrifugeren begint. Is de schade er al, meld het dan meteen bij de uitbater in plaats van weg te gaan: het nummer hangt aan de machine. Wat je dan doet, staat in de machine valt stil of slikt je geld.