Tweedehandskleding wassen
Kringloopwinkel, vintagezaak, tweedehandsapp of een zak van de buren: bij tweedehands weet je niet waar het gehangen heeft, hoe het bewaard is en wanneer het voor het laatst gewassen werd. Eén wasbeurt voor het eerste dragen lost het meeste daarvan op.
Dat is iets anders dan bij nieuwe kleren, waar het vooral om verfresten en pasvormchemie gaat. Hier gaat het om de geschiedenis van het stuk.
Waarom die eerste beurt
- Onbekende opslag. Veel tweedehands heeft maanden in een doos, een kelder of een garage gelegen. Dat is waar de muffe geur vandaan komt.
- De vorige drager. Zweet en huidvet zitten diep in de vezel, ook als het stuk er schoon uitziet. Precies wat je bij sportkleding leest, geldt hier ook.
- Stof en huisstofmijt uit een kast waar je niets van weet.
- Zeldzaam maar echt: ongedierte. Textielmotten of, bij matrassen en gestoffeerde spullen, erger. Voor kleding is een wasbeurt op 60 graden of een paar dagen in de diepvries afdoende.
Hoe
Eerst het etiket, dan pas de trommel. Zie wassymbolen op het wasetiket.
- Controleer op schade voor je wast: gaten, losse naden, ontbrekende knopen, vlekken. Een vlek die door een warme wasbeurt gaat, zit er daarna definitief in — behandel hem eerst voor, zie vlekken verwijderen.
- Was apart, deze ene keer. Je weet niet of het afgeeft, en een onbekend rood hemd tussen je witte was is een dure les. Zie kleur afgegeven in de was.
- Zo warm als het etiket toelaat. Voor katoen mag dat 60 graden zijn; dit is de ene beurt waar dat de moeite loont. Voor wol, zijde en synthetisch blijf je bij de normale regels — zie op welke temperatuur wassen.
- Volle dosis wasmiddel, en voor witte was poeder: dat bevat bleekmiddel en pakt vergeling aan. Zie waspoeder, vloeibaar of capsules.
- Extra spoelbeurt als je gevoelige huid hebt: je weet niet welk wasmiddel er eerder in gezeten heeft.
Mag het niet warm en wil je toch zekerheid, dan is 48 uur in de diepvries in een gesloten zak een alternatief tegen motten en eitjes — al doet dat niets tegen geur.
De kringloopgeur
Die typische muffe geur zit meestal niet in het vuil maar in de vezel, en één gewone beurt haalt hem er niet altijd uit. Wat wel werkt:
- Een halfuur weken in lauw water met een kop schoonmaakazijn voor de wasbeurt. Doe dat thuis in een emmer, niet in de trommel van een salon.
- Zuiveringszout meegeven met de hoofdwas, een halve kop, bij katoen.
- Buiten laten drogen, liefst in de wind en voor witte was in de zon. Uv en beweging doen hier meer dan welk parfum ook. Zie was buiten drogen.
- Niet dichtdoen. Een stuk dat nog vaag ruikt, gaat niet in de kast maar aan een hangertje bij een open raam. Blijft het na twee beurten ruiken, dan zit het te diep — zie handdoeken die muf ruiken voor het waarom.
Waar je op moet letten per soort
| Aandachtspunt | |
|---|---|
| Wol en kasjmier | controleer op mottengaatjes en vervilting; die is niet terug te draaien, zie wol wassen |
| Zijde | vaak deodorantschade onder de armen, en dat is blijvend, zie zijde wassen |
| Jeans en katoen | verdraagt de warme eerste beurt het best |
| Sportkleding | zweetgeur van een vorige eigenaar is hardnekkig |
| Leer en imitatieleer | niet wassen, alleen reinigen, zie leer en imitatieleer |
| Jassen met dons | zie een donsdeken wassen — grote trommel, lange droogtijd |
In een salon
Voor een zak vol tweedehands is een salon eigenlijk ideaal: je hebt in één keer een grote trommel, en je hoeft de boel niet eerst in je eigen machine te draaien. Neem je eigen wasmiddel mee — zie wat neem je mee naar de wasserette — en doe de lading in één keer, warm en apart, voor het bij je andere kleren komt.