Was buiten drogen
Buiten drogen kost niets, ruikt beter dan alles wat uit een fles komt, en is beter voor je kleren dan een droogkast. In België is de vraag alleen: hoe vaak kan het eigenlijk?
Vaker dan je denkt, en niet alleen in de zomer.
Wind doet het werk, niet warmte
Drogen is vocht laten overgaan naar de lucht. Dat gaat sneller naarmate de lucht droger is en sneller langsstroomt. Temperatuur helpt, maar staat niet bovenaan.
Daarom droogt de was op een winderige dag van 10 graden vaak sneller dan op een windstille, zwoele dag van 22 graden. En daarom werkt een heldere vriesdag verrassend goed: koude lucht bevat weinig vocht. De was verstijft eerst, en droogt daarna alsnog.
Waar je hangt telt dus meer dan wanneer:
- Hang uit de wind, niet uit de zon — kies een open plek waar het waait, niet de beschutte hoek tegen de muur.
- Ruimte tussen de stukken. Twee vingers ertussen scheelt meer dan een uur.
- Kledingstukken in hun lengte, zodat lucht er langs kan.
De zon: bondgenoot en vijand
Zonlicht bleekt. Dat is precies wat je wil bij witte was: uv-licht breekt de gele verkleuring af, gratis en zonder chemie. Leg vergeelde lakens of een wit hemd in de volle zon — zie witte was weer wit.
Bij gekleurde en zwarte was is het precies verkeerd: dezelfde uv breekt pigment af. Een zwarte T-shirt dat een zomer lang in de zon hangt, is dof.
De oplossing is simpel: hang gekleurde was binnenstebuiten, of in de schaduw. Dan bleekt de binnenkant, die niemand ziet.
Wat je er nog mee wint
- Geen krimp en geen vervilting. De schade van drogen komt van hitte en tuimelen, niet van drogen zelf. Zie krimpen voorkomen.
- Minder pilling, want geen wrijving. Zie pluisjes en pilling.
- Handdoeken worden stugger dan in de droogkast — dat is het nadeel dat mensen naar de verzachter doet grijpen. Een korte tuimelbeurt van tien minuten ná het buiten drogen maakt ze weer zacht, zonder wasverzachter.
- Het kost niets. Een droogkast in een salon is het duurste deel van je bezoek: reken op 30 tot 40 minuten per lading, zie in de droogkast.
Wanneer je het beter niet doet
- Bij hooikoorts. Pollen hechten zich aan vochtig textiel, en daarna aan jou. In het pollenseizoen droogt wie allergisch is beter binnen; zie was drogen in huis.
- Vlak na een regenbui op een windstille dag. De lucht is dan verzadigd; je was wordt niet droger.
- In de avond en ‘s nachts. Vanaf de late namiddag stijgt de luchtvochtigheid weer en slaat er dauw neer. Wat om 17 uur bijna droog is, is om 22 uur weer klam.
- Naast een drukke weg, of onder een boom waar vogels zitten. Dat spreekt voor zich tot het één keer misgaat.
- Als het echt mist, want dan is de lucht al vol.
Praktisch
- Goed centrifugeren voor je ophangt: hoe minder water erin zit, hoe korter het duurt. Wél op lage toeren bij fijne was, anders koop je kreuk. Zie minder strijken.
- Schud elk stuk uit en trek naden recht voor je het ophangt. Dat is het halve strijkwerk.
- Hang broeken aan de zoom, hemden op een hangertje aan de lijn. Truien niet ophangen maar plat leggen, anders trekken ze uit.
- Veeg de lijn af met een doekje, elke keer. Een lijn die een winter buiten hing, tekent een grijze streep op je laken.
- Sokken en ondergoed op een droogmolen in het midden, waar het het hardst waait.
En als je in een salon wast?
Dan komt je was er al goed gecentrifugeerd uit — de professionele machines halen hogere toeren dan de meeste huishoudmachines. Wie een droogrek of een tuintje heeft, kan de droogkast in het salon dus vaak overslaan en meteen thuis ophangen. Dat is het goedkoopste deel van de rekening om te schrappen, zolang het weer meewerkt.
Reken wel op nat gewicht in je tas: een lading die niet gedroogd is, weegt beduidend meer op de terugweg. Zie wat neem je mee naar de wasserette.